P.W. Janssen en echtgenote Folmina Janssen-Peters (1837- 1919) op hun lievelingsplekje in de tuin van Villa Minareta, Baarn. [Foto: Archief F.F. Rehbock, Abcoude]
P.W. Janssen's Friesche Stichting

Contactadressen:

voor Amsterdam:
Bestuur P.W. Janssen’s
Friesche Stichting
t.a.v. dhr. mr. J.A.L. Rehbock
Postbus 10100
1001 EC Amsterdam

voor Friesland:
Commissie van Beheer
P.W. Janssen’s Friesche Stichting
t.a.v. dhr. ir. A. van der Werf
Leeuwetand 39
8445 RB Heerenveen

  Geschiedenis van de StichtingPW.Janssen (1821-1903)
P.W. Janssen (1821-1903)
Peter Wilhelm Janssen werd op 8 juli 1821 op het Duitse eiland Wangerooge geboren als zoon van een bemiddelde eilandvoogd. De familie Janssen was al generaties lang een soort burgemeester van Wangerooge; zij bezat een handelmaatschappij op het vasteland van Oost-Friesland (in Jever en Bremen). Na de Franse Revolutie was ook op Wangeroog het baden in zee in zwang geraakt en bezochten ongeveer 500 badgasten jaarlijks het eiland. De kleine Peter raakte al vroeg vertrouwd met welvarende badgasten die 's middags aanzaten aan de lunch in het huis van de landvoogd. Daaronder bevonden zich ook afstammelingen van Duitse adel met een hele schare bedienden.

Janssen bracht zijn middelbare schooljaren door in het Oost Friese Jever op het Mariëngymnasium. In Grote Oldenburg zette hij zijn schoolopleiding voort en had daar tevens een betrekking op een handelskantoor. In 1842 dus ongeveer 10 jaar voordat 97 % van het eiland door een orkaan werd verzwolgen,vertrok hij via Friesland naar Amsterdam. Hij zou Wangeroog niet meer terugzien, de sporen van de Janssens zijn daar nagnoeg uitgewist en werkte daar vijf jaar bij de firma Lavino, een handelsbedrijf in onder meer tabak. Daarna begon Janssen voor zichzelf en associeerde zich vervolgens met de graanhandelaar Barnstorff waar hij in de graanhandel op Odessa zeer veel verdiende. In de familie gaat het verhaal dat Janssen twee schepen uit de Krim bestelde, maar er er twintig voor hem op weg bleken te zijn. Gelukkig liep nog voor aankomst van de schepen ten gevolge van misoogsten elders de graanprijs aanzienlijk op en kon Janssen een enorme klapper maken.

Kort daarna ontmoette Janssen de tabakshandelaar Nienhuys, die ontdekt had dat op de noordkust van Sumatra tabaksdekblad van zeer hoge kwaliteit kon groeien. De vraag daarnaar was enorm toegenomen omdat veel rokers de pijp voor sigaar hadden verruild. Met een deelname van ruim Dfl 30.000 richtte hij in 1869 samen met Nienhuys op Sumatra's oostkust de N.V. Delimaatschappij op, de eerste naamloze vennootschap in Nederlands Indië; de Nederlandse Handelmaatschappij kocht de helft van de aandelen.

Nienhuys beheerde op Sumatra verschillende koffie-, cacao-, nootmuskaat- maar vooral tabaksplantages en Janssen regelde de opslag in de pakhuizen en de verkoop in Amsterdam. Hij werd de eerste directeur van de Delimaatschappij, die al snel grote winsten maakte, mede door de toetreding tot de directie van J.C.Cremer. Janssen heeft Indië nooit bezocht.

Als een gefortuneerd man trad Janssen in 1898 terug, waarna hij als directeur werd opgevolgd door H.C. van den Honert. Janssen vond al jaren, mede vanuit zijn achtergrond als Lutheraan, dat hij zijn geld op een nogal makkelijke manier had verdiend. Hij zal ook beseft hebben dat dit zeer ten nadele van de koelies in Indië gebeurd was, en besloot een nog groter deel van zijn geld aan meer goede doelen te besteden. Talloze sociaal-maatschappelijke instellingen zowel in Amsterdam als in Friesland, Duitsland en Amerika werden door hem financieel gesteund. Janssen was ook mecenas van het thans zo veelgeplaagde Stedelijk Museum, dat op 14 september 1895 werd geopend.
Op het Da Costaplein vlakbij het P.W. Janssenhofje staat zijn borstbeeld dat daar na zijn dood in 1904 door dankbare Amsterdammers werd geplaatst.

Waarom Janssen speciaal zijn goede doelen op Friesland richtte (naast Amsterdam) is niet duidelijk, maar het verhaal gaat dat de aanleiding was dat het Wangeroogs dialect zeer grote verwantschap vertoonde met de Friese taal, hetgeen Janssen bij zijn doortocht in 1842 door Friesland naar Amsterdam zou hebben gemerkt.
In Friesland evenals in Drenthe was de armoede daar enorm; Janssen doneerde daar al aan de Maatschappij voor Weldadigheid. Vermeld moet worden dat zijn zoon dr C.W.Janssen het werk in Friesland heeft voortgezet en uitgebouwd. Janssen was ook mecenas bij de oprichting van het thans veelgeplaagde Stedelijk Museum dat op 14 september 1895 openging.

In het boek van Jet Spits, "Sporen van P.W. Janssen" (Groningen 2009, uitgave Elikser B.V. te Leeuwarden) staan enkele honderden goede doelen waaraan het geld van P.W. Janssen voor en na zijn dood in 1904 werd besteed. Ook in R. Efdée "De P.W. Janssen's Friesche Stichting", (Oranjewoud 1988) is een opsomming van zijn goede werken te vinden.

Janssen's leven werd gekenmerkt door eenvoud; hij woonde zijn hele leven in het betrekkelijk bescheiden huis Keizersgracht 688; hij had een buitenhuis in Baarn, "Mina Reta" geheten, naar zijn vrouw Folmina Margaretha Peters, met wie hij in 1856 getrouwd was. Zij was samen met haar zoon C.W. Janssen mede-oprichtster van het Koninklijk Instituut voor de Tropen.

Janssen stierf in zijn woonplaats Amsterdam, waar honderden mensen hem begeleidden naar zijn laatste rustplaats op Zorgvlied, waar zijn imposante graftombe nog steeds te bezichtigen is.

Het is voor het P.W. Janssen's Friesche Stichtingsbestuur en de Friesche Commissie tot Beheer een geruststellende gedachte dat zeer vele instellingen en gebieden waaraan Janssen geld gaf en zijn naam aan verbond nog steeds bestaan, evenals de pachters in Friesland, voor wie uiteindelijk de Stichting werd opgericht.

Bronnen:
Archief F.F. Rehbock te Abcoude
Jet Spits, Sporen van P.W. Janssen
Maria Efdée, de P.W. Janssen's Friesche Stichting
Archief P.W. Janssen's Friesche Stichting

 
Home
Over de stichtingMissie en doelgroepenDe aanvraagHistorieContact